Persoonlijke hulpmiddelen

Ouderschapsverlof

Iedere ouder heeft recht op 26 weken ouderschapsverlof voor elk kind onder de 8 jaar. Op deze wijze wil de wetgever beide ouders de mogelijkheid bieden om ouderschapstaken (beter) te combineren met het werk.

Ouderschapsverlof wordt geregeld in artikel 6:1 e.v. van de Wet arbeid en zorg. Zowel mannen als vrouwen hebben de mogelijkheid om ouderschapsverlof op te nemen. 

Omvang van het verlof

Iedere ouder heeft éénmaal recht op 26 weken ouderschapsverlof voor elk kind onder de 8 jaar.

De aanvraag

De werknemer moet het ouderschapsverlof schriftelijk aanvragen bij de werkgever. De aanvraag moet ten minste twee maanden voor het verlof ingaat bij de werkgever binnen zijn. De werkgever kan, na overleg met de werknemer, de door deze gewenste wijze van invulling van het verlof op grond van een zwaar- wegend bedrijfs- of dienstbelang wijzigen, tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof.
Als de werknemer bij verschillende werkgevers werkt, dan heeft hij bij elk van hen recht op ouderschapsverlof en kan hij dat bij iedere werkgever afzonderlijk aanvragen.
De werknemer kan direct na zijn indiensttreding verzoeken om (het restant van) zijn ouderschapsverlof op te nemen (tot 1 januari 2015 kon dit pas één jaar na indiensttreding). Op verzoek van de werknemer is de werkgever verplicht om een verklaring af te geven van de resterende aanspraak op ouderschapsverlof.

Loon

Op grond van de wet hoeft aan de werknemer voor de uren waarin hij ouderschapsverlof opneemt geen loon te worden betaald. Op grond van de geldende cao, de arbeidsovereenkomst of afspraken tussen de werkgever en de werknemer kan dat anders zijn.
Als de werknemer ziek wordt, dan hoeft de werkgever alleen loon te betalen over de uren die de werknemer zou werken als hij niet ziek was, dus niet over de uren waarover hij ouderschapsverlof heeft opgenomen.

Vakantie

Vakantiedagen worden alleen opgebouwd over de uren die de werknemer daadwerkelijk werkt, niet over de uren waarover hij ouderschapsverlof heeft opgenomen. De werkgever mag ouderschapsverlof niet inhouden op vakantiedagen.

Onvoorziene omstandigheden

Als de werknemer op grond van onvoorziene omstandigheden aan de werkgever vraagt om het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten, dan moet de werkgever met dat verzoek in principe instemmen, tenzij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich hiertegen verzet. Indien de werkgever instemt met het verzoek, wordt het recht op verlof opgeschort (deze mogelijkheid is aan de wet toegevoegd per 1 januari 2015).

Wie heeft recht op ouderschapsverlofaanvraag

Het ouderschapsverlof geldt voor beide ouders. Het ouderschapsverlof geldt ook voor een inwonend adoptiekind, een inwonend pleegkind of een inwonend stiefkind.
Beide ouders kunnen ouderschapsverlof opnemen voor elk kind tot 8 jaar gedurende maximaal 26 maal de arbeidsduur per week per werknemer, per kind. De uren voor het verlof worden berekend op basis van het aantal uren dat in de arbeidsovereenkomst staat.

Ouderschapsverlofaanvraag 

De werknemer mag zelf bepalen hoe hij het ouderschapsverlof wil opnemen. De werkgever kan, na overleg met de werknemer, de gewenste wijze van invulling van het verlof op grond van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen, tot vier weken voor het tijdstip van het ingang van het verlof wijzigen. Van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen is niet snel sprake.
Als een werknemer werkzaam is bij verschillende werkgevers, dan heeft hij bij al die werkgevers recht op ouderschapsverlof. Het ouderschapsverlof hoeft niet gelijktijdig opgenomen te worden. Het ouderschapsverlofverzoek kan de werknemer direct na de indiensttreding indienen.

Ouderschapsverlof voor de partner

Sinds 1 januari 2015 heeft de partner van de moeder rond de geboorte van het kind recht op drie dagen ouderschapsverlof (partnerverlof). De werkgever mag deze drie dagen niet weigeren.

gearchiveerd onder: ,
This is Sliced Diazo Plone Theme