Persoonlijke hulpmiddelen

Generaties verschillen in bepaalde opzichten in houding en gedrag

“Die jongeren… voor ze überhaupt iets weten en kunnen in dit vak, denken ze al een volgende carrièrestap te kunnen maken”. “Die ouderen…. als je eens met een leuk nieuw idee komt, weten ze direct 100 redenen te bedenken waarom dat niet kan en waarom dat in het verleden ook niet werkte”.

De jongere generaties zijn meer opgevoed en opgeleid vanuit het idee mondig te mogen zijn en meer met hun mening naar voren te komen. Ze zijn ondernemend en kritisch. Ouderen zien hen vaak als overmoedig, omdat jongeren zich weinig aan lijken te trekken van hiërarchische verhoudingen; ze stappen overal op af, ook op hun leidinggevende.

Juist voor ouderen kan dat als een bedreiging voelen:
‘Die jongeren lopen zomaar bij de baas binnen, zij roepen wat ze ergens van vinden, zij krijgen veel aandacht omdat ze zich laten zien en omdat ze zelf de regie nemen. Voor je het weet word je door hen voorbij gelopen….’

De ouderen zijn in hun werk juist meer gevormd vanuit de gedachte dat anderen aangeven wat er van je verwacht wordt en dat je daar loyaal aan hoort te zijn. Na jaren noeste arbeid is een oudere medewerker uiteindelijk ‘iemand geworden’; hij heeft daar een bepaalde identiteit in opgebouwd en is daar toegewijd aan. Maar daardoor kan hij dus ook vasthoudender worden in dat wat eerder tot zijn ‘succes’ leidde. De jongere medewerker is daarentegen nog niet zo ‘gevormd’ door een lang ervaringsverleden en staat vaak meer open voor nieuwe inzichten en ideeën.
Dergelijke verschillen kunnen tot irritaties leiden: ouderen vinden dat jongeren veel te snel willen, voordat ze echt iets kunnen. Ze lanceren volgens de ouderen ideeën die niet goed doordacht zijn. Jongeren vinden juist dat ze steeds weer geremd worden in hun ambities, ook door hun oudere leidinggevenden.

Veel mensen van generatie X zitten momenteel in leidinggevende posities. Zij botsen nog wel eens met generatie Y-medewerkers, omdat de ‘grenzeloosheid’ en hun ‘alles moet kunnen en mogen’-houding van de Y-medewerkers deze X-leidinggevenden irriteert. Leidinggevenden hebben het gevoel er een dagtaak aan te hebben om die jongeren een beetje af te remmen in hun ambities.

“Tien broeken verslijten”

Neem het voorbeeld van de jonge goed opgeleide politieagent, die na twee jaar op straat wel toe was aan een volgende stap in zijn carrière: “Mijn teamchef wist mijn enthousiasme gelijk te temperen, door – redenerend vanuit hoe het vroeger altijd bij de politie ging – te zeggen dat ik eerst maar eens tien broeken moest verslijten voordat ik recht van spreken had”.

gearchiveerd onder:
This is Sliced Diazo Plone Theme